Een plant die kwijnt staat meestal niet verkeerd in het water, maar verkeerd in het licht. En anders dan grond of mest is licht iets wat u niet kunt bijvullen: u kunt de plant alleen verzetten.
Standplaats in het kort
Er zijn wereldwijd ruim 390.000 plantensoorten en ze hebben stuk voor stuk hun eigen voorkeur voor licht, temperatuur en water. Toch hoeft u die niet allemaal te kennen. In de praktijk komt het neer op drie plekken in en om het huis, en op het vermogen om af te lezen wat uw plant ervan vindt.
Licht meten in huis
Binnen meet u licht het eenvoudigst in meters vanaf het raam. Vlak bij de ruit is het licht fel en direct; op drie meter afstand is er nog maar een fractie van over. Het verschil is veel groter dan het oog doet vermoeden.
Let daarnaast op de richting. Een raam op het zuiden levert een groot deel van de dag direct licht, een raam op het noorden vrijwel nooit.
In de tuin werkt het anders: daar bepaalt de schaduw van een boom, een heg of een muur hoeveel uur zon een plek per dag krijgt. Observeer een zonnige dag lang wanneer de zon op die plek staat; dat getal is bruikbaarder dan welke vuistregel ook.
Zonnige standplaats
Planten die om zon vragen hebben minimaal vijf tot zeven uur direct licht per dag nodig. Dat bevordert de groei en verhoogt de sierwaarde zichtbaar: compactere groei, steviger blad en bij bloeiers meer bloemen.
- Kamerplanten: zo dicht mogelijk bij het raam, waar de zon ongeveer vijf uur volop binnenkomt.
- Tuinplanten: een open plek zonder overhangende takken of een schaduwwerpende muur.
- Soepele soorten: veel zonliefhebbers overleven prima op een schaduwrijkere plek. Een palm bijvoorbeeld groeit dan simpelweg wat langzamer.
Halfschaduw
Halfschaduw is de plek waar de meeste planten het goed doen, juist omdat het blad er niet verdort onder felle middagzon. Buiten is dat een plek waar een boom of heg de zon deels tegenhoudt, maar waar gemiddeld nog twee tot vijf uur zon bij kan.
Binnen ligt halfschaduw op ongeveer twee à drie meter van het raam, waar de zon drie tot vijf uur volop schijnt. Twijfelt u over een plant, dan is dit meestal de veiligste eerste keuze.
Schaduw
Vraagt een plant om schaduw, geef die dan ook echt. In de volle zon krijgt u verdorde bladeren terug. Voor de tuin betekent schaduw: niet langer dan ongeveer drie uur volle zon per dag. Zet zulke planten vlak bij een muur of gebruik ze als bodembedekker onder een grotere plant, bijvoorbeeld onder een palm. Varens staan bekend om deze voorkeur.
Schaduw is geen duisternis. Ook een schaduwplant heeft licht nodig. Binnen betekent schaduw ongeveer drie meter van het raam met minder dan drie uur zon per dag, niet een hoek zonder daglicht.
Waarom het uitmaakt
Het meest zichtbare voordeel van de juiste standplaats is de sierwaarde: vollere groei en gezonder blad. Maar er zit meer achter. Een luchtzuiverende kamerplant werkt beter wanneer hij het juiste aantal zonuren krijgt, en bloeiende planten laten hun bloemen vaker en langer zien.
Langzaam laten wennen
Bijna elke kamerplant kan in de volle zon staan, behalve de soorten die uitdrukkelijk om schaduw vragen. De verhuizing is alleen het gevoelige moment: een plant die weinig licht gewend is en ineens vol in de zon staat, verbrandt.
Zet de plant elke twee à drie dagen een stukje dichter bij het raam. Zo bouwt u de lichtintensiteit in twee tot drie weken op en past het blad zich aan.
Signalen van een verkeerde plek
De plant vertelt zelf of hij goed staat. Kijk vooral naar de kleur van het blad en naar de vorm van de nieuwe groei.
Te veel zonlicht
Het blad verkleurt, meestal naar geel, en kan aan de randen verdorren. Let op: geel blad kan ook door te veel water komen. Voel daarom altijd eerst de grond voordat u de plant verzet.
Te weinig zonlicht
Te weinig licht geeft bladuitval en stagnerende groei. Typisch zijn lange, dunne stengels met kleine bladeren: de plant rekt zich uit op zoek naar licht. Verplaats hem stapsgewijs naar een lichtere plek.
Licht door het jaar
De ideale standplaats verschuift met de seizoenen. Een plek die in juli te fel is, kan in november precies goed zijn. Verzet uw planten daarom twee keer per jaar in plaats van ze een vaste plek te geven.
Wat u wanneer doet
Zet planten stapsgewijs weer verder naar het raam of naar buiten. Nooit in één keer.
Bescherm gevoelig blad tegen de felle middagzon achter glas, bijvoorbeeld met een vitrage.
Het licht neemt af. Schuif planten dichter naar het raam en maak de ruit schoon.
Zet planten zo licht mogelijk, maar niet direct boven een warme radiator of in de tocht.
Twijfelt u over de plek van uw plant?
Stuur ons een foto van het blad en de standplaats, dan kijken we met u mee. Op elke productpagina staat bovendien de aanbevolen standplaats per soort vermeld.
Stel uw vraag











Delen:
Het vermeerderen van een plant
Hoe kan ik een palm het beste planten